Bamboes met dikke halmen.

Phyllostachys is het belangrijkste geslacht van vorstbestendige bamboes met dikkere halmen. Vooral Phyllostachys vivax maakt zijn reputatie als reuzenbamboe in het koelere klimaat van midden Europa waar. Deze bamboe heeft echter alleen mogelijkheden op plaatsen waar de winters niet te streng zijn. Enkele nieuwe soorten combineren reuzengroei met een betere winterhardheid. Dit zijn dé bamboes die mogelijk in de toekomst voor een echte verbreding en verbetering van dit sortiment kunnen gaan zorgen.

Phyllostachys vivax “Aureocaulis“.

In nog geen 10 jaar tijd werd Phyllostachys vivax “Aureocaulis”  in de mildere gebieden van Duitland en west Europa de meest bekende en meest begeerde hoge bamboe. Deze reus heeft door zijn dikke warmgele halmen met daarop onregelmatig verspreide groene lengtestrepen een echt tropische uitstraling. 

Tegen echt koude winters met zon en droge wind is deze soort niet goed bestand. Bij ongeveer - 17/19 C  krijgt deze bamboe het moeilijk en verschijnen er op de halmen donkerbruine vlekken. Ook de vrij grote wat hangende bladeren overleven deze temperaturen niet goed. De halmen hebben een dunne wand en zijn bij harde wind en sneeuw kwetsbaar . Op beschutte plaatsen waar de winters niet te koud zijn kan Phyllostachys vivax “Aureocaulis”  gemakkelijk en snel uitgroeien tot een indrukwekkende bamboe van formaat. Met een eindhoogte tussen 6 en 10 meter en een halmdoorsnede van 4-7 cm steelt deze soort al op heel wat plaatsen de show.

Vrij regelmatig verschijnt er tussen de gele halmen een groene stengel met een gele sulcus (afgeplatte kant). Wanneer zo’n halm geïsoleerd wordt kan dit plantdeel mogelijk dezelfde kleur halmen blijven vormen en heeft men de stabiele en belangrijke variëteit Phyllostachys vivax “Huanwenzhu”

 

Phyllostachys vivax “Huanwenzhu”  

Phyllostachys vivax “Aureocaulis” 

Verwarring bij Phyllostachys vivax.  

Een bamboe, die waarschijnlijk zeldzamer is dan we denken is de groene vorm Phyllostachys vivax. Zo’n 6 of 7 jaar geleden werd deze soort in grote aantallen uit China ingevoerd.  Dat dachten de kwekers althans. Intussen is duidelijk geworden dat onder de naam Phyllostachys vivax wel veel nieuwe soorten hier terecht zijn gekomen maar dat er weinig of misschien wel geen Phyllostachys vivax bij zat. Eén soort was bij deze importen steeds ruim vertegenwoordigd en kreeg noodgedwongen de geïmproviseerde naam Shanghai 2. Deze bamboe leek in groeikracht wel op Phyllostachys vivax maar de bladeren waren kleiner en minder hangend. De vroege gelige scheuten wezen in de richting van Phyllostachys dulcis. Een nauwkeurige vergelijking met foto’s van de dulcis-scheuten in “A Compendium of Chinese Bamboo“ maar ook met andere voorbeelden haalden de grootste twijfel weg. De koude winter van 96/97 werd met - 19C goed doorstaan.

Dit in tegenstelling tot de echte Phyllostachys vivax. Het kon niet anders of dit moest Phyllostachys dulcis zijn maar dan de echte. Dé Phyllostachys dulcis die ook de winterkou van Beijing kon overleven en waarvan de jonge scheuten voor de consumptie hoog gewaardeerd worden. De vorstgevoelige bamboe die ooit in Europa als Phyllostachys dulcis vanuit de USA in omloop is gebracht, kan dus niet dezelfde soort zijn. Ook de nauw verwante Phyllostachys sp. Shanghai 3, hier ingevoerd met de onjuiste naam Phyllostachys propinqua, behoort tot de beste hogere dikke en goed winterharde soorten. Deze reus heeft rozerode scheuten en diepgroene jonge halmen. De identificatie gaat richting Phyllostachys dulcis. Dit is een meer bekende soort met eveneens dikke halmen met roodbruine en gele lengtestrepen. Toch lijkt het me beter voorlopig de  naam Phyllostachys sp. Shanghai 3 aan te blijven houden.  

Nieuwe variatie.

Een belangrijke nieuwe stabiele variëteit van Phyllostachys vivax is als mutatie ontstaan uit een in de war geraakte Phyllostachys vivax ‘Aureocaulis’, vrijwel tegelijkertijd op de kwekerij van  Hans Prins in Steenwijkerwold en bij mij in Valkenswaard (NL). En wie weet tot nu toe onontdekt ook wel ergens anders.  Net als bij Phyllostachys aureosulcata ‘Spectabilis’ de afgeplatte kant (sulcus) groen en de rest geel. Eigenlijk is het de omgekeerde vorm van de al genoemde Phyllostachys vivax ‘Huanwenzhu‘  die groene halmen en een gele sulcus heeft. Vandaar de naam Phyllostachys vivax ‘Huanwenzhu-inversa’. Omdat deze vorm ook uit de bestaande Phyllostachyss vivax ‘Aureocaulis’ is ontstaan, mogen we vanzelfsprekend uitgaan van een gelijke winterhardheid.  

Phyllostachys parvifolia

Een nieuwere Phyllostachys-soort intrigeert me al jaren door de groeikracht, het uiterlijk en door een geweldige winterhardheid: Phyllostachys parvifolia. Het is onvoorstelbaar dat deze bamboe pas nu (mondjesmaat) verkrijgbaar is. Jaren geleden is deze bamboe al eens uit China in Europa ingevoerd maar is hier merkwaardig genoeg nooit in het circuit van verzamelaars en kwekerijen terecht gekomen. Wel heeft er vroeger een variëteit van Phyllostachys nuda met klein blad lange tijd ten onrechte met deze naam kunnen pronken. De naam Parvifolia duidt op het kleine blad en hiermee onderscheidt deze bamboe zich van de meeste andere Phyllostachys-soorten. De fijne structuur van de bladeren vormt een wolkig geheel. De nieuwe scheuten zijn gemakkelijk te herkennen. Als lange gladde roze speren komen deze eind juni/begin juli uit de grond. Eerst onder een wat schuine hoek maar wanneer ze wat hoger zijn, staan ze uiteindelijk goed recht en stevig. De prachtige halmen hebben onder de knopen een opvallende wit bepoederde ring. Een hoogte van 10 meter ligt binnen het bereik van deze soort. Bij deze hoogte behalen de halmen een doorsnee van 6-7 cm. De laatste koude winter van 96/97 kreeg met - 19 °C geen vat op een jonge halm van mijn toen nog kleine plant. Het blad bleef onberispelijk groen. Dit in groot kontrast met het bruin van de meeste omringende bamboes in mijn tuin. Een jonge Phyllostachys parvifolia in de tuin van Max Riedelsheimer in Stockdorf bij München had in de winter van 1999/2000 nauwelijks bladschade, minder dan bijvoorbeeld Phyllostachys aureosulcata en Phyllostachys bissetii. In een korte heftige vorstperiode daalden daar de minima tot - 20 °C. Intussen is mijn plant na 5 groeijaren bijna 6 meter hoog. De groei is wat minder explosief dan bijvoorbeeld Phylostachys vivax maar de halmwand is een stuk dikker en daardoor steviger.  

Phyllostachys sp. Shanghai 3

Phyllostachys kwangsiensis

Phyllostachys kwangsiensis komt voor in het warme Taiwan. Daarom werd er niet veel van de vorstbestendigheid verwacht en was er weinig animo om plantmateriaal hier naar toe te halen en uit te proberen. Geheel onverwacht bleek deze bamboe in het noorden van Holland na de koude winter van  96/97  (- 21 ° C) bij de meest winterharde en wintergroene soorten te horen. Het is best mogelijk dat Phyllostachys kwangsiensis ooit uit een veel kouder gebied in China op dit eiland is ingevoerd. Opmerkelijk is de grote gelijkenis met Phyllostachys pubescens, een soort met een grote reputatie. In China is Phyllostachys pubescens de hoogste (tot 25 m.) en meest aangeplante productiebamboe voor de halmen en eetbare jonge scheuten.  Door de beharing van de jonge halmen maar ook door veel andere kenmerken zou men gaan denken dat Phyllostachys kwangsiensis gewoon een winterharde vorm is van de in ons klimaat zo zwak groeiende soort Phyllostachys pubescens. Een ondersoort die genoegen neemt met onze koelere zomers en strengere winters en die het in zich heeft om op een goede groeiplaats mogelijk tot wel 10 meter hoog te worden.

Deze bamboe moet zich natuurlijk nog op veel punten bewijzen maar prikkelt als winterhard alternatief voor Phyllostachys pubescens wel de fantasie.

Andere goed winterharde soorten met dikke halmen.

Phyllostachys acuta is gemakkelijk te verwarren met Phyllostachys vivax. 
Phyllostachys atrovaginata lijkt wat betreft uiterlijk, toepasbaarheid en winterhardheid veel op Phyllostachys parvifolia. 
Phyllostachys iridescens heeft gele en roodbruine lengtestrepen op de halmen en is voor koudere gebieden een betere keus dan de eveneens gestreepte Phyllostachys violascens. Phyllostachys prominens is moeilijk te onderscheiden van Phyllostachys dulcis. 
En Phyllostachys propinqua “Li Yü Gan” is goed winterhard en maakt redelijk dikke diepgroene halmen. De oudere meer bekende reuzen zoals Phyllostachys nigra “Boryana” en Phyllostachys nigra “Henonis” hebben het in de koude winter van 96/97 op veel plaatsen laten afweten. 

Dromen.

In Engeland is Phyllostachys parvifolia al eerder de Phyllostachys pubescens voor het noorden genoemd. Hier werd vooral op de visuele gelijkenis van het fijne blad van deze twee soorten gewezen. De kleinbladige Phyllostachys parvifolia kan mogelijk iets van de magie van de meest tot de verbeelding sprekende reuzenbamboe, Phyllostachys pubescens, naar onze streken halen.

Jos van der Palen