|
Drie Borinda's en een Fargesia
Welke nieuwe bamboes hebben nog iets toe te voegen aan ons te grote sortiment ? In dit artikel worden er vier spannende soorten beschreven. Het zijn vier buitenbeentjes waarover we langzaam wat meer te weten zijn gekomen.
De Borinda's
Nogal wat soorten die in het geslacht Fargesia ingedeeld waren, bleken een geheel afwijkende bloeiwijze te hebben. Chris Stapleton, wetenschappelijk medewerker bij Kew Gardens, heeft voor deze groep het nieuwe geslacht Borinda gecreëerd. Soms wordt dit type bij Yushania ingedeeld maar de rhizomen van beide groepen verschillen nogal van elkaar. Als we op een lijn gaan zitten met de soortenlijst van de ABS (American Bamboo Society) dan wordt Borinda de meest voor de hand liggende naam.
Borinda papyrifera ( Fargesia papyrifera)
Borinda papyrifera ( Fargesia papyrifera) staat in 'A Compendium of Chinese Bamboo' beschreven als een reus met dikke halmen die in de Chinese provincie Yunnan op grote hoogte (tot 3600 m.)voorkomt. Dit zou een niet woekerende bamboe zijn die 6 tot 8 meter hoog kan worden en halmen kan krijgen met een doorsnee van 6 centimeter. Zoiets spreekt tot de verbeelding. In 1995 dachten Hans Prins en ik deze soort samen met 6 á 7 nieuwe soorten (op nr.5 na allemaal Borinda's) als Yunnan nr. 2 te hebben geïmporteerd. Maar later bleek dit een nogal gelijkende en vorstgevoelige soort, Borinda albocerea, te zijn. Helaas zijn er enkele planten van deze Yunnan 2 als Fargesia papyrifera verspreid geraakt onder verzamelaars, die denken de soort nu al te hebben.
De enige (?) echte Borinda papyrifera is in 1995 door Chris Stapleton (zie hierboven 'De Borinda's') verzameld. In 1998 kreeg Mike Bell een deel van de plant en in 2001 kreeg ik weer de eerste deling van Mike.
Meteen toen ik de plant kreeg viel me de prachtige bladstand op. De groeikracht van deze kloon, die vanaf nu Borinda papyrifera (Stapleton 1046) heet is, enorm. Net als bij Yunnan 2 (Borinda albocerea) zijn de jonge halmen prachtig blauw berijpt en in de lengte fijn gegroefd. In het voorjaar van 2002 plantte ik mijn eerst vermeerdering uit. Een nieuwe scheut werd al meteen 2 meter hoog. In de loop van het jaar begon ik aan de winterhardheid te twijfelen. Met de winter in zicht hoopte ik op een wonder. Maar het zachte blad leek me niet echt geschikt om vrieskou te verdragen.
Tijdens de eerste vorstperiode was er een harde uitdrogende wind. Daarna zakte de temperatuur in januari tot ongeveer - 12° C en dit was duidelijk te veel voor Borinda papyrifera (Stapleton 1046) . Mijn zoektocht naar een dikke niet woekerende winterharde bamboe voor ons klimaat is nog niet voorbij. In de tuin van Chris Stapleton is Borinda papyrifera (Stapleton 1046) nu bijna 4 meter hoog. Deze tuin ligt ongeveer 50 km ten noorden van Londen en daar was dit jaar de minimum temperatuur - 5° C. Samen met een harde wind was dit geen enkel probleem voor het blad van deze bamboe en ook de blauwe waslaag op de halmen bleef gespaard. De verzamelaars in de mildere streken van Europa hebben er weer een geweldige bamboe bij.
Borinda muliensis (Fargesia Sichuan 987)
Ook het weelderige zachte blad van deze soort is niet opgewassen tegen strenge winters. Maar Borinda muliensis heeft in Zuid Duitsland al temperaturen van - 18° C overleefd. Door net als de omringende loofbomen bij de eerste vorst het blad te laten vallen beschermt de plant zich tegen uitdroging. Deze strategie maakt een geheel nieuw type bamboe geschikt voor ons klimaat. In de winter is het een dorre struik met hooguit een paar halfgroene blaadjes. Maar in het groeiseizoen is het uitbundige loof van Borinda muliensis het meest te vergelijken met vorstgevoelige Drepanostachyum en Himalayacalamus. Dit zijn niet winterharde soorten uit de Himalaya en kunnen alleen toegepast worden in gebieden met een mild zeeklimaat zoals Zuid Engeland en Ierland.
Mijn plant is nu ruim 2 meter hoog en ik denk dat deze bamboe zeker 4 meter hoog kan worden. De halmen zijn in verhouding tot de hoogte vrij dik. De beste groeiplaats is in de schaduw of halfschaduw op rijke vochthoudende grond.
Borinda muliensis ( Fargesia Sichuan 987) is in 1992 als zaad op 3690 m. hoogte verzameld op de Muli Co Kangwuliangzhi pas in Sichuan. Tussen 1993 en1997 zijn er zaad en zaailingen aan zeker 10 botanische tuinen en verzamelingen verstuurd. Naar mijn weten is hiervan later niets meer vernomen. Door het verlies van het blad in de winter zal men veelal gedacht hebben dat deze bamboe niet winterhard zou zijn. Hoe vaak zullen de kale halmen ten onrechte tot de grond terug gesnoeid zijn? Mijn plant komt van Mike Bell en pas nu, na ruim 10 jaar, ontdekken we de nieuwe mogelijkheden van deze bamboe.
Borinda frigidorum (KR 4059) (Fargesia frigida)
Borinda frigidorum (KR 4059) is nog een nieuweling met een geheel eigen karakter. Net als Borinda muliensis is ook deze soort bladverliezend. Waarschijnlijk is ook de winterhardheid gelijk. Het fijne blad lijkt wel wat op Fargesia sp. Jiuzhaigou of op Fargesia crassinoda. Borinda frigidorum (KR 4059) is door Keith Rushforth in 1996 op 3600 m hoogte verzameld op de Cang Shan bij Dali (Yunnan) . Deze kloon is sterk groeiend en kan tot ruim 3 meter hoog worden. Er is ook nog een kloon, Borinda frigidorum (Stapleton 1048), in omloop die veel lager blijft. In 'A Compendium of Chinese Bamboo' staat deze soort beschreven als Fargesia frigida. Volgens Chris Stapleton betekent frigida 'koud'. Het is niet erg aannemelijk dat het op de groeiplaats in de zomer ook koud is. Ook deze bamboe is door Chris bij de Borinda's ingedeeld en heet vanaf nu Borinda frigidorum, wat 'uit een koude plaats' betekent.
Fargesia yulongshanensis (Linder)
Wanneer we uitgaan van de beschrijving in 'A Compendium of Chinese Bamboo' dan hebben we met Fargesia yulongshanensis nog een reus onder de niet woekerende bamboes binnen handbereik. De plant zou tussen 5 en 7 meter hoog kunnen worden en de halmen zouden een doorsnede van 3 centimeter kunnen krijgen.
Eind jaren 90 is deze soort door Rob Linder, de huidige president van de Zwitserse afdeling van de European Bamboo Society, bij Lijiang in de Chinese provincie Yunnan verzameld. Fargesia yulongshanensis schijnt daar tot de onwaarschijnlijke hoogte van 4200 meter voor te komen. In zo'n zuidelijk gelegen provincie als Yunnan zegt dit nog niet alles over de winterhardheid. Misschien is Mike Bell hierdoor op een dwaalspoor gebracht en gaf hij in zijn boek 'Bamboe' aan, een winterhardheid van - 29° C te verwachten. Zelf ben ik al blij om te horen dat deze soort in zuid Duitsland -18° C heeft overleefd. Mijn plant staat er na deze winter met -12° C prachtig bij. Na drie groei-jaren zijn de hoogste halmen nu ruim twee en een halve meter maar lijkt deze kloon, Fargesia yulongshanensis (Linder), de 7 meter niet te gaan halen. De jonge halmen hebben een blauwachtige waas en verkleuren in de zon naar purperrood. Deze bamboe is als soort gemakkelijk te herkennen aan een ring van donkere haren rondom de knopen van de halm. De elegante, open stand van het leerachtige vrij kleine blad maakt van deze nieuwe Fargesia een opvallende verschijning.
Jos van der Palen
|