|
Het kiezen van bamboe voor de tuin |
|
|
De wens en de keuze. Het huidige assortiment bamboe is groot. Hoe kiezen we hieruit de soort die we wensen en hoe kiezen we de juiste plaats hiervoor? We moeten in elk geval verschillende factoren zorgvuldig tegen elkaar afwegen, zoals de beschikbare ruimte in de tuin en de gewenste hoogte en groeivorm van de plant (overhangend en los tot stijf rechtop). U wenst het volgende: Een compacte, opgaande bamboehaag die zonbestendig is, meer dan 3 meter hoog kan worden en niet woekert. U woont in het Rijndal. Na wat zoeken en vergelijken zou u mogelijk bij Fargesia robusta terecht kunnen komen. Maar de verschillen in uiterlijk, groeivorm en winterhardheid tussen de vele variëteiten van deze bamboe zijn zo groot dat elke keuze tot een ander resultaat leidt. Fargesia robusta “Wolong” groeit uit tot een open, breed uithangende beplanting met grote bladeren. Er is veel kans dat deze vorm door zijn beperkte winterhardheid terugvriest. |
|
Eenzelfde aanplant met Fargesia robusta “Pingwu” resulteert in een brede, los uithangende haag. Omdat deze vorm in de herfst nogal wat blad afstoot is het winterbeeld niet altijd even mooi. Fargesia robusta “Campbell” levert een dichte, compacte, opgaande haag met kleine bladeren op. Wanneer de winters niet extreem koud zijn is dit de beste groenblijver, ook in de zon. Met deze bamboe zou u het dichtst bij uw wensen komen. Maar is een hoogte van 2 meter+ voldoende en mag de aanplant er ruim, weelderig en los uitzien dan zou Fargesia “Rufa” (tegenwoordig Fargesia dracocephala “Rufa”) ook goed voldoen. Deze prachtig wintergroene en goed winterharde bamboe hangt wel over maar op ruimere plekken komt hij goed tot zijn recht.In uw tuin in Műnchen hebt u 10 jaar geleden uw in bloei geraakte Fargesia murieliae vervangen door een beplanting met Fargesia nitida. Deze bamboe staat nu in bloei. Toch wilt u weer een bamboe met dezelfde uitstraling maar deze keer met de zekerheid dat die voorlopig niet bloeit. Dan kunt u kiezen tussen de zaailingen van Fargesia murieliae, Fargesia denudata en Fargesia sp. jiuzhaigou. Maar ook bij Fargesia murieliae is een keuze niet gemakkelijk door de grote diversiteit van de variëteiten geeft elke keus een ander eindresultaat. Wanneer er bijvoorbeeld op een zonnige locatie met koude winters een losse, opgaande beplanting verlangd wordt dan zouden veel variëteiten van Fargesia murieliae door hun doorhangende karakter behoorlijk kunnen teleurstellen. Hier zijn Fargesia murieliae “Standing Stone” of “Vampire” veel beter op hun plaats. Wil men in de schaduw een wintergroene haag aanplanten die lager blijft dan 2 meter dan heeft men de keuze uit de variëteiten “Bimbo” en “Lava”. Mag de bamboe niet te los groeien dan is “Bimbo” de beste keuze. Waar de groeiplek voor “Bimbo” te zonnig is kan juist “Lava” het wel naar zijn zin hebben. Pas op voor “oude generatie” Fargesia murieliae, die onder verschillende namen steeds opnieuw in omloop wordt gebracht!!! |
|
|
Fargesia sp. jiuzhaigou 1 groeit het meest compact en is ook het meest opgaand en is voor een hoogte tussen 2 en 3 meter de beste keuze. Fargesia
sp. jiuzhaigou Willumeit 4 is de kleurrijkste vorm en Fargesia sp. jiuzhaigou Willumeit 9 is de meest groeikrachtige. De laatste wordt met 4 meter+ het hoogst maar heeft ook meer ruimte om te groeien nodig. De verschillende variëteiten van Fargesia robusta, Fargesia murieliae en ook Fargesia sp. jiuzhaigou kunnen dus in hoogte, groeikracht, groeivorm, zonbestendigheid en soms winterhardheid enorm verschillen en behoren daarom met zorg te worden gekozen. Deze factoren moeten tegen elkaar worden afgewogen om die soorten te kiezen die mogelijk zijn en die dan ook nog aan uw wensen voldoen. Omstandigheden zoals klimaat, bodem, zon of schaduw beperken of vergroten deze keuzemogelijkheden. Beplantingen die hoger moeten worden dan 4 meter zijn in de regel woekerende soorten waarbij wortelbegrenzer gebruikt |
|
moeten worden Uit het grote Phyllostachys assortiment moeten net als bij de Fargesia’s de meest geschikte kandidaten gekozen worden. Voor een 5 tot 7 meter hoge opgaande beplanting in koudere streken zijn bijvoorbeeld Phyllostachys aureosulcata + variëteiten heel geschikt. Nog hoger worden daar de moeilijker verkrijgbare Phyllostachys parvifolia en Phyllostachys
atrovaginata. In gebieden met een milder klimaat kunnen meer soorten zoals Pseudosasa
japonica, Semiarundinaria fastuosa en Semiarundinaria viridis gebruikt worden. Voor een dichtere bosschage zijn Phyllostachys bissetii en Phyllostachys humilis meer geschikt. Phyllostachys-soorten omvatten een uitgebreide verzameling aan hogere bamboes. Voor de avonturiers onder ons zijn er binnen deze kleurrijke groep nog heel wat spannende toepassingsmogelijkheden te ontdekken. Komt u er niet uit dan is de hulp van een in bamboe gespecialiseerd bedrijf de beste optie. Zij kunnen u de juiste soort voor de juiste plaats aanbevelen, en mogelijk kunnen zij ook de soorten van uw keuze in een demonstratietuin aanwijzen. |
|
|
De naamgeving De naamgeving van bamboesoorten is verwarrend. Een naam is een aan regels gebonden hulpmiddel om het onderscheid tussen de soorten en variëteiten gemakkelijker te maken. Bij elke soortnaam hoort een meestal variabele verzameling bamboes die omschreven belangrijke eigenschappen delen. Een variëteitnaam hoort bij één individu van de soort die zich door bepaalde kenmerken onderscheidt. Nieuw geïmporteerde bamboes krijgen, wanneer de soortnaam niet zo zeker is een nummer zoals Fargesia KR 8287 of een geïmproviseerde naam zoals Yunnan 1 of 2, Fargesia sp. scabrida (zie GP 2/2005) of Fargesia “Rufa” (zie GP 2/2001) Meestal laten de botanici jaren op zich wachten voor ze zich met deze planten bemoeien. Fargesia “Rufa” is door de engelse bamboespecialist Chris Stapleton recent als de echte Fargesia dracocephala geïdentificeerd en heet nu dus Fargesia dracocephala “Rufa”. Het zal zeker nog een hele tijd duren voordat deze naam echt ingeburgerd is, vooral omdat de nu gebruikte naam Fargesia “Rufa” goed in de mond ligt. Fargesia dracocephala, een voor onze tuinen niet zo belangrijke soort kreeg van Chris Stapleton de nieuwe naam Fargesia apicirubens. Onduidelijk is waarop deze “status van een nieuwe soort” eigenlijk gebaseerd is. Elke zaailing van Fargesia murieliae en Fargesia nitida kan een variëteitnaam krijgen. Elke individu heeft hier in principe recht op maar in praktijk loopt dit natuurlijk al snel uit de hand. En dat zien we nu bij Fargesia murieliae al gebeuren. Er worden misschien wel 100 variëteiten met 100 verschillende namen aangeboden. Veel leveranciers of kwekers proberen hun nieuwe producten met prikkelende en fantasievolle namen zo snel mogelijk aan de man te brengen waardoor we momenteel bijna |
|
|
omkomen in de variaties van de nieuwe generatie (en helaas nog steeds oude generatie met nieuwe namen) van Fargesia
murieliae. Wellicht zitten er variëteiten bij die echt de moeite waard zijn maar de meeste zijn kleine variaties op hetzelfde thema. Fargesia murieliae “Standing
Stone” is zo’n goede selectie waar niet ten onrechte kwekersrecht op is aangevraagd. Er zou een proeftuin moeten komen waar alle aangeboden variaties van Fargesia murieliae en binnenkort ook de geselecteerde zaailingen van Fargesia nitida een plaats krijgen. Zo’n tuin kan een licht werpen op verborgen nieuwe eigenschappen van onze belangrijkste tuinbamboes. Sommige bamboes zijn als soort uit China ingevoerd maar krijgen in de handel toch variëteitnamen toegevoegd waardoor het lijkt of het gaat om nieuwe typen. In de V.S. is het tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld om achter de bestaande soortnaam nog een fantasienaam te zetten. Daar worden op dit moment bamboes aangeboden met namen als Fargesia jiuzhaigou “Red Panda”, Fargesia robusta “Green Screen”, Fargesia rufa “Green Panda”, Phyllostachys nigra “Black Jade” en Pleioblastus fortunei “Little Zebra”, terwijl het toch echt om de bestaande oude soorten gaat en niet om nieuwe variëteiten. Ook Phyllostachys atrovaginata is in Europa alleen als soort verspreid en zijn er, zover ik weet, geen variëteiten van bekend. De eerste naam voor de bekende “rode bamboe” uit het Jiuzhaigou-park was Fargesia sp. Jiuzhaigou 1 en niet Fargesia “Sundance” of “Jade”. Het wel of niet toebehoren van deze bamboe bij de Fargesia nitida-groep is een twistpunt maar zolang er over de naamgeving nog zo veel onduidelijk is lijkt het me verstandiger deze naam voorlopig te behouden. |
|
![]() |
Vermeerderen De manier van vermeerderen kan ook een grote rol spelen in het uiteindelijke groeiresultaat van een beplanting. Hierdoor is momenteel niet goed te overzien of de groei-eigenschappen van de soorten en variëteiten ook daadwerkelijk aan de jonge planten worden doorgegeven. Vooral bij het vermeerderen in vitro van Phyllostachys soorten lijkt nog niet alles te lopen zoals het moet. Er zijn bestanden bekend van zo vermeerderde soorten Phyllostachys die na 6 groei-jaren nog niet hoger zijn dan twee meter en alleen maar grote bladeren en dunne halmen produceren. Normaal zouden deze planten al minstens 5 meter hoog zijn moeten zijn. Hier is het probleem een trekkende markt en een gebrek aan geduld. |
|
Groeiproblemen en groeiplaatsen. Vaak krijgen we na de winter meldingen over bruine en/of dode bamboeplanten. Bij navraag gaat het dan meestal om relatief grote planten die in te kleine potten staan of in cementkuipen zijn ingegraven. Hierdoor ontvangt het wortelstelsel bij regen nauwelijks water waardoor de planten verdrogen. In een droge, winderige periode in de winter blijft het blad verdampen en de wortels kunnen geen vocht meer opnemen. Het is belangrijk te beseffen dat de meeste bamboesoorten van oorsprong in klimaatgebieden groeien met anderhalf tot drie maal meer neerslag dan bij ons. Te natte groeiplaatsen kunnen ook voor groeistoornissen zorgen. Ook al wordt bamboe vaak in verband gebracht met oeverbeplanting zoals riet, in het water sterft het wortelstelsel af door zuurstofgebrek. Bekend zijn de verhalen van niet-ingeperkte woekerende bamboes welke te dicht langs de bestrating aangeplant zijn. Vaak zien we dat de bamboewortels beter onder de bestrating groeien dan in de tuingrond. Dit komt doordat condensatie van verdampend bodemvocht zich direct onder het plaveisel verzamelt waardoor het daar tijdens warme droge zomers vochtiger is. De bamboewortels zoeken deze extra warmte en vocht onder de bestrating op. Geef hier extra aandacht aan een wortelbegrenzer. Overigens hangt de mate van woekeren ook samen met het bodemtype. Uit ervaring is gebleken dat potentieel woekerende bamboes op zware kleigronden (rivierklei, komklei) nauwelijks woekeren en zelfs voornamelijk als grote pollen (horsten) groeien. Op zandgrond en vooral op (laag)veengronden verspreiden woekerende soorten zich veel sneller en worden de meeste Fargesia’s hoger. |
|
![]() |
Tips voor de tuin. De planttijd begint wanneer de vorst uit de grond is en kan voor de sterkere soorten doorgaan tot de late herfst. Geef bij late aanplant wat extra winterbescherming met blad of stro. Vóór aanplant moeten de kluiten van containergeteelde bamboes enige tijd worden ondergedompeld in water, maar haal hierbij de wortels nooit te hardhandig uit elkaar. Geef een bamboe indien mogelijk een tegen de noorden- en oostenwind beschutte plaats in goed doorlatende, humusrijke grond. Voorkom droogte en natte voeten.. Na het planten is overvloedig water geven belangrijk, zeker in een langere droge periode moet dit regelmatig herhaald worden totdat de wortels uit de kluit in de grond gegroeid zijn. Met tussenpozen door en door water geven is beter dan elke dag een klein beetje, de wortels mogen namelijk niet uitdrogen. Eenmaal aangegroeid houdt bamboe op tijd van water maar is dan minder kwetsbaar. Een barrière tegen de uitlopers van woekerende soorten is belangrijk. Het wegsnoeien van zwakke, dunne en oude stengels bevordert een forsere groei en geeft de ondergroei meer licht. De beste tijd hiervoor is februari/maart. Bamboes houden van humusrijke grond. Voor het planten moet de bodem goed voorbereid worden en hiervoor kan eigengemaakte compost, oude paardenmest of gekochte tuincompost gebruikt worden. Zeker als de grond arm is en er toch een reuzenbamboe moet gaan groeien mogen deze meststoffen ruim door de bestaande grond gemengd worden. Later bijmesten gaat het gemakkelijkst met organische meststoffen in korrelvorm. Chemische mestkorrels worden niet aangeraden omdat de groei in korte tijd te veel gejaagd wordt. |
|
Verkoopplaatsen Veel bamboes worden tegenwoordig in grote aantallen aangeboden in warenhuizen en tuincentra. De bamboekennis van het verkopend personeel is maar al te vaak minimaal en men weet zelden wat men verkoopt of waar de planten vandaan komen. Veel vooroordelen over bamboe blijven hierdoor bestaan, ook omdat veel tuincentra nauwelijks geïnteresseerd zijn in de bestrijding van deze vooroordelen, door onvolledige, onjuiste of ontbrekende informatie en verkeerde naamgeving. Nog altijd worden Phyllostachys soorten zonder wortelbegrenzing als niet woekerend aangeboden, waardoor het imago van bamboe benadeeld wordt. De klant verliest daardoor het onderscheid tussen de werkelijk polvormende en woekerende soorten Jammer genoeg vindt men op veel verkooppunten nog regelmatig slechte Fargesia murielae cultivars en bloeiende Fargesia nitida. De praktijk wijst uit dat er op basis van een goed advies en een passende soortkeuze bij de betreffende situatie van de klant zich zelden problemen voordoen. |
|
|
Ongedierte Tot voor kort leek bamboe nauwelijks gevoelig voor ongedierte. Er was soms een bladluizenplaag op Pseudosasa japonica maar die verdween weer snel. In de laatste decennia zijn er twee soorten bamboemijten, Schizotetranychus celarius en Schizotetranychus nanjingensis [nieuwe naam: Stigmaeopsis] vanuit Zuid-Europa naar noordelijker streken gemigreerd. Ooit zijn ze meegelift met planten die uit China en Japan werden ingevoerd. Aan de onderkant van het blad weven deze mijten hun nesten en binnen deze bescherming doen ze zich tegoed aan de inhoud van de bladcellen. Inmiddels kan iedereen die bamboe transporteert, ruilt of inkoopt ze ongemerkt krijgen. Tot nog toe werden deze nieuwe indringers in balans gehouden door de inheemse roofmijten en andere jagers maar door de warme zomers en lange nazomers lijken ze zich ook hier steeds meer thuis te gaan voelen. In Oregon aan de westkust van de V.S. was de bamboemijt al langer een probleem. Maar op plaatsen waar de roofmijt Amblyseius fallacis (nieuwe naam: Neoseiulus) is uitgezet zijn daar de bamboemijten na 2 jaar voor bijna 100% verdwenen. Deze goed winterharde en in West Europa voorkomende, als ingeburgerd beschouwde en toegestane roofmijt zou volgens ervaringsdeskundige Brian Spencer van Applied Bio-nomics in British Columbia, Canada, ook in ons klimaat bijzonder effectief moeten zijn zodat hij aanraadt deze soort in te zetten. De eerste veldproeven met de roofmijten Amblyseius fallacis en ook Amblyseius andersoni zijn begonnen. Het komende jaar moet daarvan al het effect te zien zijn en over twee jaar moet het probleem volgens Brian Spencer, op grond van de ervaringen in Oregon, onder controle kunnen zijn. Ook een soort bloedluis, de wollige dopluis, kan bij sommige bamboes waarvan de schutbladeren stevig aan de stengel blijven zitten voor een achterblijvende groei zorgen. Zoals we nu kunnen zien lijkt deze overlast van voorbijgaande aard. Voor particulieren en bedrijven worden de hier genoemde biologische bestrijdingsmiddelen o.a. aangeboden door: Benfried www.benfried.com info@benfried.com Biobest (www.biobest.be) |
|
| Jos van der Palen (met medewerking van Johan van der Perk) Gartenpraxis Nr. 6/2007 | |